Goed grondonderzoek verdient zich terug – letterlijk

Grondonderzoek vormt de basis van ieder geotechnisch ontwerp. Maar hoe bepaal je wat écht nodig is? Te weinig onderzoek leidt tot risico’s of overmaat. Te veel kost onnodig geld. Toch zit het echte verdienmodel vaak niet in ‘meer of minder’ onderzoek, maar in slimmer, projectgericht onderzoek. Met het juiste inzicht kan je materiaal besparen, efficiënter ontwerpen én faalkosten verlagen.

Een vaak vergeten instrument daarbij: laboratoriumonderzoek van de lokale grond. Want standaardwaarden, zoals die uit tabel 2b van de NEN9997-1, zijn conservatief (en bepaald voor heel Nederland). In veel gevallen leidt dat tot een overontwerp, zeker bij slappe of heterogene ondergronden. Door in het laboratorium de echte sterkte en samendrukbaarheid van de grond te bepalen, wordt vaak bewezen dat het met minder ook kan. En dat scheelt direct in staal, beton of grondwerk.

1. De praktijk van standaardwaarden: veilig maar niet efficiënt

De NEN9997-1 biedt (de bekende 2b-tabellen) richtlijnen voor sterkteparameters van grond. Deze zijn bedoeld voor situaties waarin geen laboratoriumonderzoek is uitgevoerd. Maar deze waarden zijn bewust aan de conservatieve kant.

Gevolg?

  • Onnodige lengte van damwanden;
  • Zwaardere stabiliteitsvoorzieningen in dijken of bouwkuipen;
  • Veel extra kuubs aan grond bij aanbrengen van voorbelastingen. Dat lijkt veilig, maar leidt in de praktijk vaak tot onnodig hoge uitvoeringskosten.

2. Laboratoriumonderzoek: investeren om te besparen

Door monstername en gerichte beproeving in het laboratorium kunnen de echte grondeigenschappen worden bepaald. Denk aan:

  • Triaxiaalproeven;
  • Samendrukkingsproeven;
  • DSS (Direct Simple Shear);
  • Waterdoorlatendheidstesten.

Wat levert dit op?

  • Realistische sterkte- en samendrukbaarheidsparameters;
  • Lagere materiaalkosten bij funderingen of grondkeringen;
  • Ontwerpen die beter aansluiten op de praktijk én makkelijker uitvoerbaar zijn. Een investering in labonderzoek verdient zich in veel projecten meer dan terug.

3. Praktijkvoorbeeld: besparing door maatwerk

Een aannemer wilde een damwandconstructie realiseren in een kleiig gebied. De voorlopige berekeningen (met standaardwaarden uit tabel 2b) gaven aan dat een damwandprofiel AZ36-700 nodig zou zijn. Na labonderzoek bleek dat de grondeigenschappen gunstiger waren dan aangenomen.

Resultaat:

De constructie kon met een lichter profiel worden uitgevoerd, wat € 80.000 bespaarde – tegenover een labonderzoek van nog geen € 6.000.

4. Risicogestuurd én normconform

Belangrijk: ook bij maatwerkonderzoek geldt dat moet worden voldaan aan de eisen uit de NEN9997-1. Deze norm biedt juist de ruimte om projectspecifieke grondeigenschappen te gebruiken, mits deze zijn vastgesteld met voldoende onderbouwing.Een risicogestuurde aanpak helpt om:

  • Onzekerheden in beeld te brengen;
  • Onderzoek gericht in te zetten waar het waarde toevoegt;
  • Onnodig onderzoek te vermijden waar de risico’s beheersbaar zijn.

5. Afstemming met ontwerp en uitvoering

Het loont om al vroeg in het proces de geotechnisch adviseur te laten meekijken. Door ontwerp, uitvoering en ondergrond beter op elkaar af te stemmen, ontstaat niet alleen een robuust ontwerp, maar ook een haalbaar en kostenefficiënt project.

Conclusie

Standaardwaarden zijn veilig, maar niet altijd verstandig als het gaat om kosten. Goed grondonderzoek met ruimte voor laboratoriumproeven, levert niet alleen technisch betere ontwerpen op, maar ook tastbare besparingen. Het vraagt om vakmanschap om af te wijken van de gebaande paden, maar wie dat doet, verdient het dubbel en dwars terug.

 

 

Contact opnemen

Privacy Preference Center